Geschiedenis van VTV 'Nut en Genoegen'

GESCHIEDENIS EN HISTORIE VAN VTV ‘NUT ENGENOEGEN’

HET OER IJE

Voor de historie van ons complex kunnen we oude boeken bestuderen, fotoboeken bekijken, notulen van vergaderingen lezen; maar we kunnen natuurlijk ook een heel diep gat op ons tuincomplex graven. We komen dan tot de ontdekking dat de grond uit verschillende lagen bestaat; lagen die ons iets kunnen vertellen over de geschiedenis van de plek waarop onze tuinen liggen. Na de teeltlaag, die per tuin nogal verschillen vertoont; van zeer zware klei tot zanderige klei; vinden we zand en een geelachtig leem. Ga je nog dieper, dan stuit je op veengrond. Daar waar de grond geen water doorlaat graaft men wel eens zo diep om het water wat weg te laten lopen. Gaan we nog dieper dan bereiken we een zandlaag, een wadafzetting. Dan zitten we zo ongeveer op twaalf meter diepte; bij wijze van spreke dan, want ik zie me al spitten en graven! Dat hebben geologen en historici al voor ons gedaan. Hoe dieper je komt, des te verder ga je in de tijd terug. Die laatstgenoemde zandlaag duidt er op, dat de plek waar ons complex nu ligt, deel uitmaakte van een enorme zeearm of kreek, die bij het huidige Velzen door een hiaat of gat in de toenmalige  strandwal naar binnen stroomde en het zogenaamde OER IJE vormde. Het is dan ongeveer 3000 tot 2500 jaar voor de jaartelling. Dit OER IJE strekte zich uit tot aan waar nu Amsterdam ligt en waar het in de Zuiderzee uitkwam.

In de zeer grillig gevormde geulen en vertakkingen, onder anderen, de Cromme IJe (Krommenie) hadden eb en vloed vrij spel, zoals nu nog steeds in het Waddengebied. Naar het Zuiden stond deze enorme watermassa in verbinding met wat nu de Haarlemmermeer is. En in het Noorden met de grote meren; nu Enge- en Wijde Wormer, Purmer, Beemster, Schermer, e.a. De Zaan was een stroming tussen al die grote waters door, veroorzaakt door de daling van de zeespiegel. Bij het Zijpe en bij de plaats waar Edam ligt, waren ook uitmondingen waar het water naar zee stroomde. Met de eb en vloedstroom, gepaard gaande met zeespiegeldalingen ontstonden er grote eilanden door veranderingen, aanslibbing en kleiafzetting in het OER IJE. Dan spreken we over zo’n 2000 tot 1900 jaar vóór onze jaartelling. Tussen de meren en langs de wateren werden moerassen gevormd.

De eerste Zaanbewoners

Die vestigden zich ongeveer 200 jaar voor de jaartelling op de nu hoger gelegen oevers. Bij Assendelft worden vaak overblijfselen van menselijke nederzettingen gevonden.

Saenden of Sanden

Later, we spreken nu van 900 jaar ná de jaartelling, de tijd van graaf Dirk I, was er sprake van bewoning op de plaats waar de Zaan in het IJE uitmondde. Daar waren grote zandbanken ontstaan; "zanden”, of in het Zaanse dialect "Zaanden” genoemd.

Het Eiland

Wat nu ‘het Eiland’ heet was zo’n zandbank, waarvan sommige geschiedschrijvers beweren dat daar een zogenaamde dwangburcht geweest moet zijn. De naam ‘de Burcht’ duidt daar misschien wel op. Het water aan de westkant van ‘het Eiland’ was de IJstroom die daar samenvloeide met de Zaan en die veel smaller was dan het huidige Kerkerak, zoals het nu heet. Men neemt aan dat het vroegere dorp Zaenden langs dit Kerkerak lag. Het heeft daar niet zó lang bestaan want in het jaar 1155 is het totaal door de  Drechter Friezen verwoest. Arbeiders, die in onze tijd aan de aanleg van de spoordijk werkten, stuitten op de funderingen en vonden as en verbrandingsresten, terwijl bij het graven van een sloot veel doodkisten van uitgeholde boomstammen zijn gevonden. Bovendien hebben vissers herhaalde malen puin en stenen uit het Kerkerak opgehaald. De precieze plaats van het verwoeste Zaenden is aan de westkant van ‘het Eiland’, wat nu ‘Oud Saenden’ wordt genoemd en waar nu de doorvaart is naar daar waar Dekkers zeilmakerij en het bedrijf Stoel van Klaveren zijn gevestigd. Deze sloot heette vanouds Hornersloot of op z’n Zaans Hoirnersloot en later pas Hollesloot. Dit waarschijnlijk omdat zijn sterke stroom en golfslag de IJstroom (Kerkerak) z’n tegenwoordige breedte gaf. De naam Hornersloot vinden we terug in Lage Horn.

De Hogendijk

Al hadden de eerste bewoners hun huizen op hoger gelegen plaatsen gebouwd dan het getijdewater reikte, bij springvloeden en stormvloeden moesten zij heel vaak vluchten voor het water. Ze begonnen zich daarom in die tijd tegen het water te verweren door middel van het opwerpen van dijken. De eerste dijken waren er al in 1260 en een kaart van de situatie zo ongeveer 200 jaar later, rond 1400, toont ons dat de meeste stukken bewoond land in Noordholland omdijkt waren. Zo ook langs de Binnenzaan of Schinkel. Aan de oostzijde liep de Schinkeldijk en aan de westzijde de Saandijck of Lagedijk. Aan de noordkant van het IJE was de Westzanerdijk, die in Zaandam Hoge Zeedijk of Hogendijk heet.

Met deze Hogendijk hebben wij te maken, want hier tegenaan is de goede grond van ons complex ontstaan. Door bezinking van door de zee aangevoerde kleideeltjes, hier en daar vermengd met zand, werd buitendijks dus land gevormd; onze tuingrond. De zwaarte van de klei is afhankelijk van het aantal kleideeltjes per hoeveelheid zand. Op onze tuinen merken we de verschillen per plek wel heel duidelijk op. Ook de dikte is per tuin nogal wisselend; de dikte van de kleilaag word hier bedoeld. Meer naar het Westen langs de Westzanerdijk lig het Complex Jan Vroegop en daar is de klei nogal zwaar. Daar zal dus wat meer geploeterd moeten worden. Ze hebben daar overigens grote basaltblokken in de grond, de voormalige IJE-bodem, gevonden; afkomstig van schepen die ze aanvoerden. Na de inpoldering van het gehele IJE leverde deze klei de vruchtbare IJpolders op.

Den Hem                    de Hemweg                       de Hembrug

Door de hierboven genoemde bezinkingen ontstond een enorme buitendijkse landtong die zicht uitstrekte vanaf de Westzanerdijk tot aan het Noordzeekanaal. Deze landtong word Den Hem genoemd. Op de oostkant daarvan ontstonden de havenbuurt en ons complex. Daar is op te zien hoe de situatie was vóór 1865; dus vóór het bestaan van de havenbuurt; vóór het graven van het Noordzeekanaal en de Voorzaan, kortom vóór dat ons tuincomplex er was.

 

In 1876 werd het Noordzeekanaal feestelijk geopend door Willem III. De spoorweg; de oude; werd op 15 mei 1878, ook weer feestelijk geopend. In 1906 werd de Hembrug (de nieuwe) in gebruik genomen. In 1909 waren de eerste huizen langs de Havenstraat; o.a. het café; gereed. En in 1920 waren onze pioniers bezig met de overplaatsing van het tuingebeuren.

VOLKSTUINCOMPLEX ‘NUT EN GENOEGEN’ VOORHEEN ‘OORLOG’.

Het begrip volkstuin; de geschiedenis

Waar komt dat begrip eigenlijk vandaan? Wat is het idee erachter? Zeker is dat het pogen om maar zelf je voedsel te gaan verbouwen, voortgekomen is uit armoede. Armoede en honger, vooral in de overbevolkte steden, zo rond 1900. De eerste volkstuintjes ontstonden dan ook aan de rand van die steden en industriestreken. (Amsterdam en Zaanstreek bv.) Bittere noodzaak voor het arbeidersproletariaat; het gewone volk; ‘de kleine man’ dus. Maar behalve die noodzaak was er ook de drang om na langdurige veelal zware arbeid ‘af te koppelen’ en buiten op adem te komen in de vrije natuur. Het waren onder anderen mensen als E. Heimans, J.P. Thijssen en J. Jaspers, veelal onderwijzers, die met hun publicatie, lezingen en vele natuurboekjes de belangstelling voor de natuur opwekten. In die tijd ontstonden de stadsparken zoals ‘Het Vondelpark’ en het J.P. Thijssenpark.

AVVN  Algemeen Verbond van Volkstuinders

Nuttige ontspanning in de natuur vlakbij het werk en dan nog het liefst dicht bij huis. Dat doet me denken aan een spreuk bij het lezen van een verslag van het oprichtingscongres van de AVVN.‘Zoek niet ver wat gij dichtbij kunt vinden!’ De Amsterdamse Bond van Volkstuinders is onder leiding van Jan Vroegop de promotor geweest voor het oprichten van de landelijke volkstuinderbond, de AVVN, de bond waarvan we de ‘de Tuinliefhebber’ ontvangen.

De eerste volkstuintjes

De eerste volkstuintjes waren de bij iedereen zo bekende kleine stukjes grond langs de spoorbanen; vlakbij de seinwachterhuisjes om precies te zijn, want de seinwachters hadden vaak tijd te over om even een stukje te spitten, iets te zaaien of wat te wieden of te schoffelen. De treinen kondigden zich immers middels een bel wel aan.

Crisis en Eerste Wereldoorlog

Het was vooral rond die tijd dat er hier in Zaandam al mensen waren die groenten en aardappelen verbouwden. De voorvolkstuinders als het ware. Dat gebeurde op een stukje grond dat men het ‘Blauwe Zand’ noemde. Ieder werkte daar voor zichzelf; individuele tuinders. Dat z.g. Blauwe Zand was een stuk opgespoten land; het lag ten westen van het huidige Bruynzeelcomplex, dat daar in het jaar 1929 gebouwd werd.

Het Blauwe Zand…………de aanleiding tot………….

Die opgespoten grond was verre van vruchtbaar; zeg maar gerust slechte grond. De oogsten moeten dan ook wel vaak teleurstellend geweest zijn. En dat was ook zo. Waarschijnlijk wogen de kosten voor de mest enz. niet op tegen de opbrengst. In ieder geval was de situatie daar de belangrijkste reden om uit te zien naar een betere plaats en dat kan je het beste doen door, als individuele tuinders, samen werken; cq. een vereniging op te richten. En zo gebeurde het ook; de vereniging werd opgericht en heette ‘Vereniging Volkstuinen Zaandam’. Deze vereniging zorgde voor een beter stuk grond om te tuinieren door een stuk grond van Domeinen in pacht te verkrijgen. En dit heeft alles te maken met het begin van ons bestaan als tuinclub, oftewel tuincomplex.

Vier en negentig jaar geleden………….94 jaar……..

Het begin van ons bestaan als tuinclub; het complex ‘Nut en Genoegen’ liever gezegd; maar dat geeft een paar probleempjes, want 94 jaar geleden hadden we die naam nog niet en tevens is de precieze oprichtingsdatum niet helemaal bekend. Omdat de gegevens daaromtrent zoekgeraakt waren heeft de toenmalige secretaris (in 1963) de Domeinen, de eigenaar van de grond geschreven met het verzoek om na te gaan wanneer de vereniging voor de eerste maal de pacht van het complex heeft voldaan. De vereniging heette toen Vereniging Volkstuinen Zaandam, VVZ waarvan wij het eerste, dus oudste complex waren. Uit het antwoord op het genoemde schrijven bleek nu dat de vereniging het complex bouwland bij de Artillerie Inrichting (AI) te Zaandam; ons huidige tuincomplex dus; voor het eerst gepacht heeft in 1920. In dat jaar werd de pachtsom voor het eerst betaald. Op grond daarvan nemen we dan maar aan de eerste januari 1920.

Oprichtingsdatum 1 januari 1920 

Goedkeuring door de Kroon

Ons tuincomplex was dus in 1920 een onderdeel van de VVZ, welke vereniging al in 1917 was opgericht en op 28 april 1919 goedkeuring kreeg van de Kroon.       

            Wij Wilhelmina………………enz.

Beschikkende op de verzoekschriften ter bekoming van de erkenning……..enz.  Hebbende goedgevonden en verstaan de overgelegde statuten der navolgende verenigingen goed te keuren………. EN DEZE VEREENIGINGEN MITSDIEN TE ERKENNEN TE WETEN:

En dan volgen er veertig verenigingen waaronder;  en als nummer dertig in de rij ‘Volkstuinen Zaandam’ gevestigd te Zaandam.

                                                                                  was getekend

                                                                                                          Wilhelmina.

Ja en dan besta je als vereniging eigenlijk pas echt. Je bent erkend, bekend en ingeschreven. Ons complex dus een jaar vóór ons bestaan. Om precies te zijn acht maanden vóór de pachtbetaling. Hoe hoog die pacht was is niet bekend.

De eerste uren van ons complex

Wat moeten we ons voorstellen bij de eerste uren van ons tuincomplex? Stel je eens voor zeg! Daar ligt een groot stuk braak liggend boerenweiland en dat moet dan geschikt gemaakt worden voor volkstuin. Iedere tuinder kreeg een strook grond en moest dan maar zien hoe groen weiland in zwarte tuingrond om te zetten. ‘Ga d’r maar an staan!’ Er moet in die eerste tijd wel ontzettend veel werk verzet zijn om het zover te krijgen en om het in alle jaren daarna verder te ontwikkelen en te onderhouden; het zover te krijgen zoals het er nu, na vier en negentig jaar uitziet. Dat is alleen maar mogelijk geweest met mensen die willen  aanpakken. Goedwillende mensen met een groot enthousiasme en doorzettingsvermogen. Ze hadden er een mooie, gezonde vrijetijdsbesteding aan, zul je zeggen. Ja, ja; Hoeveel vrije tijd zullen ze in die tijd eigenlijk gehad hebben? Dat zal bitter weinig geweest zijn. En toch! Het is tot stand gebracht en het bestaat nog! Al 94 jaar lang!!!

De man van het eerste uur

Een man wiens naam je steeds weer tegenkomt, wat je ook naslaat aan notulen of anderzijds, om tot het verhaal te komen over het tuingebeuren, van ons complex is J. Jelsma. Hij was een van de oprichters van de VVZ en zat ook in het eerste bestuur daarvan. Voor ons complex is hij een motor geweest; een zeer harde werker voor z’n tuinclub, ons complex.

Je vraagt je af hoe de omgeving er in die tijd moet hebben uitgezien. De spoorlijn langs de Pieter Ghijsenlaan lag er toen al, was in 1906 in gebruik genomen, nadat de oude spoorlijn werd opgeheven om in het vervolg door de Artillerie Inrichting gebruikt te worden. Die oude spoorlijn bestond al sinds 1878 en lag langs de oostelijke rand van de Hem en werd nu, dat wil zeggen in 1920 de oostgrens van ons, nog op te richten tuincomplex. De eerste spoorbrug over het Noordzeekanaal heeft dus ook meer naar het Oosten gelegen dan de in 1902 in gebruik genomen Hembrug die ook al weer verdwenen is. De oude spoordijk dus, waar we jarenlang ons snoeihout kwijt konden, lag op de plaats waar nu de nieuwe afscheidingssloot langs de Havenbuurt is gegraven; onze oostgrens dus. De nieuwe spoorlijn, die langs de rand van het z.g. ‘Blauwe Zand’ was aangelegd, vormde de Westgrens. Een behoorlijk groot stuk grond, daar tussen die twee spoorlijnen. Aan de Westkant de onvruchtbare grond van het blauwe zand, waar getuinierd werd voor 1920. De Havenbuurt moest nog voor het grootste gedeelte gebouwd worden. Het café op de hoek van de Havenstraat was er al, (bestaat nu niet meer, er staat nu een flatgebouw) samen met een rij huizen tot aan de Rigastraat, in 1909 al gebouwd. De rest van de Havenbuurt en de Havenstraat dateert van ongeveer 1922. Dus tijdens de overplaatsing van het blauwe zand naar hier was er nogal een grote weidsheid; vooral als je het met de toestand vergelijkt zoals het nu is. Storend autoverkeer was er al helemaal niet. Je zag uitsluitend wandelaars en fietsers. We hadden in die tijd dan ook geen bevolking van bijna 17 miljoen zielen.

De splitsing van het Complex in ‘Oorlog’ en ‘Waterstaat’

De Provincialeweg was er toen nog niet, want die werd pas aangelegd tussen 1930 en 1933, waardoor het hele tuincomplex in tweeën werd gesneden. Het deel aan de oostkant van deze weg had toen de wel héél typische en zéér onsympathieke naam van ‘Oorlog’ en dat zal wel te maken hebben gehad met de ligging vlak van de A.I. (Artillerie Inrichting), dat in die tijd onder het Departement van Oorlog viel. Dat was ons complex dus. We zullen maar aannemen dat er ondanks deze rot naam, vredelievend, zorgzaam en genoeglijk werd getuinierd. Het stuk aan de andere kant van de nieuwe Provincialeweg werd ‘Waterstaat’ genoemd. Ook al niet zo’n idyllische naam voor volkstuintjes, maar dit sloeg op het feit dat de grond eigendom van Provinciale Waterstaat was. Maar ook hier zal men wel het nuttige met het genoeglijke hebben verenigd, en laten we wel wezen, water is nooit weg op een volkstuin.

‘Nut en Genoegen’ en ‘De Uitkijk’

Toen de gemeente Zaandam eigenaar van de grond werd, wilde men ook graag onder een wat schappelijker naam tuinieren. De onmogelijke naam ‘Oorlog’ werd veranderd in

‘Nut en Genoegen’ terwijl ‘Waterstaat’ voortaan ‘De Uitkijk’ heette. Er moet wel gezegd worden dat de oude namen niet officieel waren. In de notulenboeken kom je ze praktisch niet tegen. De naam ‘Nut en Genoegen’ werd voor het eerst vermeld in de notulen van de jaarvergadering van 13 februari 1953 want op die vergadering werd voorgesteld om de oude onvriendelijke complexnaam te laten vervallen en nieuwe namen te kiezen. Men kwam naar voren met: ‘Vredesoord’ of ‘Nut en Genoegen’. We weten nu welke naam de meeste stemmen kreeg.

Het reilen en zeilen

Helaas is er van de jaren tussen 1920 en 1951 heel weinig bekend over het reilen en zeilen van ons complex. Eventuele notulen van bestuurs- en ledenvergaderingen, of andere gegevens zijn niet te vinden. Het eerste verslag van een jaarvergadering heeft als datum 18 januari 1951. 

Vergaderen

Die eerste vergadering werd gehouden in de grote zaal van Groot op de Hogendijk 188 en was zeer goed bezocht. Dat duidt dus op activiteit en goede belangstelling. Er moet wel bij vermeld worden dat op die vergaderingen het dagelijks bestuur van de VVZ aanwezig was en afgevaardigden van het andere complex ‘Waterstaat’. Opvallend is dat, wat er zo al besproken en behandeld werd en al die dingen waarover men viel en waaraan men zich ergerde, niet zoveel verschilt met wat er in de tegenwoordige tijd al zo gaande is.

De Grasrand

Neem bijvoorbeeld het gras tussen het tuinpad en de tuinen, de hoofdpadgrasrand dus. Die moet minstens 50 cm zijn, en dit schijnen sommige tuinders maar niet te snappen! En ze maken er even vrolijk 35 of 30 cm bij. Dit zei de voorzitter alvorens de vergadering te openen. Met die 35 cm. bedoelde hij het feit dat men de grasrand evenzovele centimeters in de richting van het hoofdpad probeerde op te schuiven, zodat het pad smaller werd en de betreffende tuinder er een strook tuingrond bij had gesmokkeld. En dan staat er in de notulen verder: ‘Zelf heb ik bij een tuinder wel driemaal de grasrand op breedte gebracht, maar dat werd iedere keer weer weggewerkt.’  Ja je moet maar durven! En dan gaat hij verder ‘De grasrand is gemeten op 60 cm, maar langzamerhand is hij op 50 cm teruggelopen; en dan waarschijnlijk met stemverheffing: ‘Maar verder gaat dat niet!!! Reken daar op!!!

Oei, oei, oei!! Dat was nog eens krachtige taal.

Werkcommissie

In diezelfde vergadering werd door het bestuur een voorstel gedaan om een werkcommissie in het leven te roepen. Waarschijnlijk om aan toestanden, zoals met die grasrand of iets dergelijks, een einde te maken. Er zou rekening gehouden worden met ‘oude menschen’. Dus alleen ‘jonge mensen’ zouden een paar maal per jaar opgeroepen worden voor werk aan het complex.

Bloemendagen

Voor oude mensen, in die tijd steevast, ‘ouden van dagen’  genoemd, werd overigens een sympathiek voorstel gedaan, namelijk om op ons tuincomplex bloemen af te staan voor de ziekenhuizen en oudenvandagentehuizen, dit onder het devies ‘Beter te geven dan te ontvangen’, ‘Dus tuinders doe uw best en lever ons een pracht van bloemen!’ riep de voorzitter uit. Later in de vergadering werd er nogal hevig over gediscussieerd. Iedere tuinder zou voor dit doel een stukje grond moeten afstaan en met bloemen voor de zieken en bejaarden beplanten. Ik neem aan dat de een enthousiaster was dan de ander en dat sommigen misschien ietwat benauwd keken. In ieder geval moest er een lang pleidooi gehouden worden met de strekking: ‘Wat is er nou mooier dan bloemen!!’

‘Ik geef u de verzekering dat wij bloemen in  overvloed hebben!’

            ‘Geef de oude- en zieke mensen een zonnetje en laat ze genieten van wat wij in ons

            gezonde leven tot stand brachten!’

Nou ja, zeg, als je zo iets hoort! Misschien is er toen wel een traantje weggepinkt. Je weet maar nooit. Bij de ontvangers van de bloemen bleek dat wel het geval. Maar in ieder geval, het voorstel werd aangenomen. Hieruit bleek dat velen toen al inzagen dat, wil een tuincomplex blijven bestaan, je moet laten zien dat het ook van belang is voor mensen buiten de club, de buurt bijvoorbeeld of de stad. Dat geldt zeker ook voor de tijd van nu. De bloemuitdeling heeft jaren stand gehouden en werd samen gedaan met de andere complexen van de VVZ te weten: Jan Vroegop, Ons Ideaal en De Uitkijk.

Wie moet dat ding besturen?

In het jaarverslag staat over de bloemendagen, die op 8 en 15 september waren gehouden, dat ze een groot succes waren geweest. De gemeente had er een automobiel voor beschikbaar gesteld. Er waren nog maar heel weinig van die dingen in het jaar 1951 dus ook heel weinig mensen die wisten hoe je daar mee om moest gaan. De voorzitter; die stelde zich beschikbaar. Hij zei: ‘Ik wil dat ding wel besturen’. Moet je nagaan zeg; tegenwoordig is het van: Rij jij of rij ik!. Iedereen was blij dat alles zo goed was gegaan en men had niet kunnen dromen dat een klein stukje van je volkstuin zo’n succes zou hebben buiten het complex, in de stad. O ja, wat die tranen betreft, dat las ik in een verslag van de bloemendag. ‘Bloemen (en ook fruit) werden vaak met tranen in de ogen in ontvangst genomen’.

Bloemenuitdelingen worden nu al lang niet meer gehouden, althans op ons complex niet, maar het naar buiten treden en werken met bloemen voor het buitenpubliek vindt nu steeds plaats op de ‘Open Dagen’ zoals het bloemschikken.

De werkcommissie

Ook een werkcommissie werd in het leven geroepen, want het voorstel daartoe werd aangenomen. Deze commissie werkt tot op de dag van vandaag met meer of minder succes en de leden van toen ‘Hadden begrepen wat de bedoeling is van een dergelijke commissie’, staat er in het jaarverslag. ‘Ze zijn vijf maal in dat jaar opgeroepen en ze zijn allemaal gekomen’, en dat onder leiding van de heer J. Jelsma, de man van het eerste uur, de pionier zogezegd. Samen zorgden deze mensen ervoor dat men van de complexen ‘Oorlog’ en ‘Waterstaat’ kon zeggen: ‘Alles ziet er al beter uit dan voorheen’. Maar toch! Soms bedriegt de schijn want werkmeester Jelsma was in het geheel niet tevreden, want op de vergadering bedankt hij plotseling voor de eer. ‘Ik bedank er voor’, zegt hij, als ik alles goed in orde maak, zoals bijvoorbeeld de berm, waar ik zo’n drie-en-een-halve dag aan gewerkt heb en een ander gooit de boel in een mum in de gort; Nou daar pas ik voor!’ En dan gaat hij verder: ‘Ja zelfs de rotzooi gooien ze zomaar op het pad’. De aardigheid is er dan bij mij af’. Het bestuur schrok hier toen natuurlijk hevig van, maar zij wist de werkmeester toch nog te vermurwen met het argument dat er immers verbetering in de complexen was te zien. En gelukkig Jelsma wilde het nog een jaar proberen. En datzelfde gold ook de secretaris die op diezelfde vergadering liet weten zich niet meer herkiesbaar te stellen. Ook hij had z’n grieven, waarover niet gerept werd. Maar op ernstig verzoek bleef ook hij aan.

Het nieuwe hek langs de spoorlijn en de sleutel

Ach ja, goeie zaken en slechte zaken, mooie dingen en lelijke dingen, schoonheid en puinhoop of rotzooi, er verandert in 94 jaar echt niet zo veel. Succes en mislukking.

Regen en Zonneschijn

Er werd een nieuw hek geplaatst langs de spoordijk en dat was een goede zaak. Dat kostte de vereniging niets. De genie zorgde er voor. Een hek en nog een poort erin ook. De sleutels werden geleverd tegen kostprijs en dat was de somma van een gulden. Nu betaal je daar

€ 15,00 voor. Er werd gevraagd om ze gratis te verstrekken, maar dat was niet mogelijk. Gek hé?! Wij kunnen het ons nu nauwelijks voorstellen dat een gulden (f.1,00) in die tijd een heel groot bezwaar kon zijn, voor de club zowel als voor de leden. Maar………… als je weet dat er in die tijd voor de entree van een tentoonstelling in het R.A.I. gebouw spaarzegels van 5 cent (f.0,05) op een kaart werden geplakt. Met de volle kaart (f.3,60), hoelang zullen ze daar voor gespaard hebben, had je dan toegang. Voor de sleutels werd nog voorgesteld om die gulden als statiegeld te zien, dus bij het bedanken aan het lid terug te geven. Er is niet bekend wat het geworden is. Overigens werd de afsluiting, want nu konden ze rustiger tuinieren, zonder dat de lieve jeugd datgene wat je geplant had uit de grond trok. Of, en dat gebeurde maar al te vaak, ze deden zich in de oogsttijd van je lekkere appeltje, peertjes en pruimpjes tegoed. Tenslotte maakte in die tijd het gedicht:

                                               Jantje zag eens pruimen hangen,

                                               O, als eieren zo groot………..

Ja, ja, ik denk dat we dit gedichtje in onze tijd, als volgt kunnen wijzigen:

                                               Janus kwam met grote tangen…….

                                               …. en een breekijzer zo groot……..

En ja, ‘Ach’, denken we dan misschien, was het maar bij appeltjes, peertjes en pruimpjes gebleven, of een worteltje. Dat is bij iedereen veel vertrouwder, want wie zich in z’n jeugd daar niet aan vergrepen heeft moet zijn vinger opsteken.

Rattenbestrijding

Nee, dan die ratten, dat was een veel groter probleem. Herhaaldelijk werd er op vergaderingen om rattenvergif gevraagd. Iemand zei dat hij er al vijf had doodgeslagen. Daarom wilde hij het nu maar eens met vergif proberen. Nu schijnt het op het complex niet meer zoveel voor te komen. Zijn we een stuk netter geworden?

Film in de ‘Nieuwe Karseboom

Een goed ding was in die tijd dat er films werden vertoond, in de Nieuwe Karseboom op de Dam (nu Grieks restaurant Rhodos). Ieder lid kon daar met echtgenote of verloofd heen. Televisie was er nog nauwelijks, dus op die avonden zat de zaal meestal vol. Meestal werden er reisverslagen vertoond op smalfilm, soms van eigen tuinleden. De films zullen zeker verschillen met die van de huidige tijd.

Tuinkeuring

Tuinkeuringen waren er ook. Reken maar! En streng! Ze werden meerdere malen per jaar uitgevoerd door leden van de verschillende tuinverenigingen (complexen). Jammer was, dat er in het jaar 1951 aan de tuinen geen eer te behalen viel en het heel moeilijk was om een correcte onkruidvrije tuin te hebben  op de dag van de keuring. ‘Moeder natuur heeft ons weer parten gespeeld’, staat er in het jaarverslag. Regen, regen en nog eens regen, om maar te zwijgen over wind en storm. Dat klinkt beken is het niet? Je zou haast willen beweren dat we over ons jubileumjaar (1995) schrijven, in ieder geval de eerste maanden. De tuinkeurders hoeven niet naar onkruid te zoeken want dat wil bij veel regen wel groeien en is dan moeilijk te verwijderen zei men toen. Die langdurige regens in dat jaar had gemaakt dat men in de vergadering wanhopig vroeg om de tuinkeuringen te vervroegen of liever nog maar helemaal af te schaffen. Daar werd echter beslist niet op in gegaan, integendeel, want het antwoord van de voorzitter luidde, ‘Kritiek willen we blijven geven en cijfers ook’, waaruit blijkt dat niet alleen schoolmeesters streng konden zijn. Er werden in dat jaar 49 tuinen goedgekeurd en volgens de voorzitter was de keuring door enkele leden, te gronde gericht. Wat moeten wij daaronder verstaan? Vraag je je af. Of die paar leden hadden de boel gedwarsboomd, of ze hadden er, wat betreft hun tuin, maar met hun pet naar gegooid. Een lid kreeg een brief van de werkcommissie of het bestuur, met het verzoek om de sloot langs zijn tuin in orde te maken. Wat verder nog voor interessants in die tijd? Ja, het complex, ons complex kreeg nieuwe bomen bij de poort, omdat de oude, die er waarschijnlijk sinds 1920 al stonden, niet goed meer waren, of om andere reden. Wat voor bomen zullen dat geweest zijn? En van welke soort waren de oude? Misschien zijn er nu nog wel mensen op ons tuincomplex die dat weten.

Bron: oud tuinder J. George van Dam.